Trekking

De volgende dag worden we met sun-tau's (soort taxi waarbij je op bankjes achter op een overdekte pick-up zit) naar het begin van onze vierdaagse trekking gebracht. Voordat het zover is kopen we in een dorpje onderweg nog wat plastic vuilniszakken die de bagage in onze rugzakken moet beschermen tegen indringend vocht. Omdat er de komende dagen toch wel regen verwacht wordt, vinden ook poncho's gretig aftrek. Begin van de trekking
De wandeling begint in bergachtig gebied, waarbij we gelijk bergopwaarts mogen. De rode aarde is nog nat en glibberig van de regen. Nadat we een halfuurtje gelopen hebben, begint het zachtjes te regenen. Koud wordt het niet en de stemming lijdt er ook niet onder. Als het op een gegeven moment duidelijk wordt dat dit buitje wel eens wat langer zou kunnen gaan duren besluiten we toch maar onze poncho's aan te trekken. Nu blijkt ook dat we de zaak beter hadden moeten controleren in de winkel: De helft van de gekochte poncho's blijkt een gewoon regenpak te zijn met broek en jas. Ik besluit om ze toch maar beide aan te trekken. Dit blijkt niet voor niets, want enige tijd gaat het buitje langzaam over in een echte regenbui.
Huis in eerste dorp Huis op palen
Na een wandeling van ca 2 uur komen we in het dorp waar we zullen overnachten. Het dorp wordt bewoond door mensen van de "Karen" stam. In het overwegend boeddhistische Thailand vormen zij een christelijke minderheid. De huizen zijn simpel. Ze zijn gemaakt van bamboe, en zijn vrijwel zonder uitzondering op palen gebouwd. Onder de huizen staan varkens aangebonden en scharrelen kippen rond. Onze Thaise gids gaat eten voor ons koken. In tussentijd hangen wij de klamboes op en rollen alvast onze slaapzak uit.
Als ik mijn schoenen uittrek blijkt er zich een bloedzuiger in mijn been te hebben vastgezet. Ik krijg de tip om hem er met een blad van een boom uit te trekken, en niet met de blote handen, want hij gaat gelijk op zoek naar een nieuwe gastheer. De boombladeren zijn veel te glad om zo'n klein wormpje uit je been te trekken, maar met een pincet om teken te verwijderen gaat het wonderwel goed.
Ook tijdens de wandeling de volgende dag zijn de weergoden ons niet gunstig gezind. Na onze ervaring van de eerste dag, trekken we nu sneller onze regenpakken aan. Ik begin mij nu ook te realiseren waarom reizen in de regentijd zwaarder is. De grond bestaat soms uit een soort klei, die door de regen glibberig wordt. Ik ga dan ook een aantal malen mijn gat. Vervelender is dat de paadjes soms smal en rotsachtig zijn. Naast het "wandelpad" gaat het af en toe redelijk diep naar beneden. We moeten zó goed opletten waar we onze voeten plaatsen, dat we geen tijd hebben om op de mooie omgeving te letten. Als ik mijn waterfles laat vallen ligt hij gelijk tien meter diep in de bosjes. Gelukkig had ik twee flessen meegenomen. Achteraf kregen we te horen dat dit de zwaarste dag was.
Halverwege de wandeling komen we bij een prachtige waterval. Een aantal van mijn reisgenoten kunnen zich niet bedwingen en nemen een duik in het heldere water. De gids blijkt een soort rijst met groenten en kip te hebben voorbereid, wat we keurig verpakt in een bananenblad uitgereikt krijgen.

Na de maaltijd hebben we nog een wandeling van ca 2 uur voor de boeg. Omdat het vrijwel constant bergopwaarts gaat, valt het ons vrij zwaar. We dragen nu ook allemaal onze bloedzuigersokken. Dit zijn fijn geweven stokken die je over je normale sokken en ook over de broek draagt, en ongeveer tot je knieŽn komen. Ze voorkomen dat een bloedzuiger zich in je been kan vastbijten.
Er was ons verteld: het is belangrijk dat je in je eigen tempo loopt. Vooraan en achteraan lopen gidsen. Mocht je op een splitsing komen waarbij je niet weet welke richting je moet nemen, gok dan niet, maar wacht op de gids die altijd achteraan loopt. Wel, op een gegeven moment kwamen we dus op dit punt. We waren met een groepje van vier man, we stonden op een splitsing, de voorste groep was uit het oog verdwenen, dus we moesten wachten op de rest die nog achter ons liep. Nu gaat de tijd langzaam als je wacht, doch toen we na een halfuur nog niemand zagen verschijnen begonnen we ons toch af te vragen of we niet al eerder verkeerd waren gelopen. Een heel eind terug in een rijstveld hadden we ook al een soort keuze, maar toen leek het juiste pad zo voor de hand liggend... Daar begonnen we nu toch een beetje aan te twijfelen. We waren al een beetje aan het overleggen wat verstandiger was: toch doorlopen, of teruglopen naar het laatste dorp. Wat waren we blij toen op een gegeven moment een van de dragers verscheen. We zaten nog op de goede weg. We konden nu samen met de drager onze weg vervolgen naar het volgende dorp. Een drager helpt ons een beekje over













































































Vlak voor het dorp zien we een stapeltje kleding liggen, in een bamboe mandje, midden in de rimboe. Het blijkt de kleding te zijn van iemand die ernstig ziek is. De dorpsbewoners offeren de kleding van de zieke aan de berggod, in de hoop hem gunstig te stemmen, zodat de zieke beter wordt.

Het tweede dorp lijkt iets rijker dan het eerste. Naar westerse maatstaven zien de huizen er nog altijd armmoedig uit, doch de jeugd in het dorp rijdt op brommers. Hier worden we ook voor een keuze gesteld. Of doorgaan met de trekking, die nog bestaat uit een dag afdaling, gevolgd door een rit op olifanten en een rafting op bamboevlotten, danwel vanuit dit dorp teruggaan naar Chiang Mai. Hoe aantrekkelijk de olifanten en de rafting me ook lijkt, het idee van een uur of 3 a 4 te moeten afdalen op de glibberige rotsachtige bodem trekt me zo weinig, dat ik besluit (samen met een aantal anderen) om de terugtocht naar Chiang Mai te aanvaarden. Het risico dat ik zal vallen en mogelijk de rest van mijn vakantie zal bederven is me te groot. Achteraf hoor ik dat sommigen doodsangsten hebben uitgestaan omdat het inderdaad over smalle, glibberige paden langs afgronden ging. Maar ik hoorde ook enthousiaste verhalen over het raften.

We worden teruggebracht naar Chiang Mai een een pick-up truck. Gewoon achter in de laadbak zitten. Toen we net in Thailand kwamen keken we onze ogen uit dat de Thai op zo'n manier per auto vervoerd werden, en nu ondergaan we het zelf. Zo 's morgens kan het wel koud worden achter in een open laadbak. Een paar dorpsbewoners die met ons meerijden dragen een dikke jas en een bivakmuts. Wij een T-shirt en een korte broek.
Terug in Chiang Mai brengen we onze kleding naar de wasserette. Dat is echt een ideale oplossing als je reist. Het verbaast me dat ze alle viezigheid weer uit de kleding hebben kunnen krijgen. De volgende dag nemen we een lokale bus naar een Han Dong, dorpje waar veel houtsnijwerk wordt gemaakt. In de winkeltjes zien we veel rommel voor toeristen, doch we zien ook enkele knappe staaltjes van houtsnijwerk. Houtsnijwerk
Tempelklokken Ook brengen we een bezoek aan Doi Suthep. Deze dicht beboste berg heeft een mooie tempel (wat Doi Suthep) op 1600 meter hoogte. Het complex is te bereiken via een kabelbaan of via een trap met 304 treden. Over een groot gedeelte van het complex zijn de tempelklokken te horen, die geluid worden door de bezoekers, Een onlangs bijgeplaatste manshoge klok is het doelwit van spelende kinderen. Vanaf de rand van het tempelcomplex hebben we een mooi panorama van de omgeving.

De rest van de middag zitten we lekker bij het zwembad van het hotel. Morgen hebben we een lange treinreis voor de boeg.


[ Vervolg naar Sukothai ]
Thailand
Home