IJsland, Groenland en Spitsbergen

Spitsbergen

Na twee dagen zijn we bij Worsley Neset een fjord bij spitsbergen binnengevaren en gaan met de zodiacs de gletsjer bekijken. We zijn nog maar net naar de kust gevaren of we zien een ijsbeermoeder met twee jongen. Ze liggen op de rotsen, vlak aan de kust. In deze tijd is er weinig te eten dus rusten ze veel. Pas als de zee dichtvriest kunnen ze weer op zeehonden jagen. Even later staat de moeder op en loopt weg, beide jongen volgen haar, langzaam de berg op.
IJsbeermoeder met twee jongen (Foto: Nancy Tosta)
Even later loopt de moeder weg. De jongen volgen.

 

We varen verder langs de rand van de gletsjer, die een mooie blauwe kleur heeft. Er hangt een beetje mist en het regent zachtjes. Daardoor kunnen we wel de gletsjer goed zien. Als de zon volop zou schijnen, zouden we recht tegen de zon in kijken.

We zitten hier vrij veel vogels, waaronder de ivoormeeuw. Er breken een aantal malen grote brokken ijs van de gletsjer af, om vervolgens met een grote plons in het water te vallen. Het is een spectaculair gezicht, en maakt ook meteen duidelijk waarom de zodiacs niet al te dicht bij het ijs komen. Na een tijdje beginnen we het toch allemaal een beetje koud te krijgen, terwijl het momenteel niet vriest.

Een ivoormeeuw op het ijs bij Spitsbergen
Zodiac bij een gletsjer rand
Grillige vormen van de gletsjer

Bij de Andoyane Islands bezoeken we 's middags een vogelreservaat. De hut die gebruikt werd door jagers vertoont krassporen van ijsberen aan de buitenzijde. Tegenwoordig word de hut nog wel eens gebruikt door onderzoekers. Vervolgens maken we met de zodiacs en rondje rond een van de eilanden. De zee is door de harde wind onstuimig, waardoor het water af en toe in de boot spat. Als we geen beschermende kleding zouden dragen, zouden we allemaal kletsnat zijn geworden. Tegen 19:00 bereiken we met de Vavilov de 80 graden noorderbreedte. Slechts weinig mensen komen zo noordelijk. Er ligt hier een klein eiland genaamd moffen eiland, waarop een groep walrussen liggen. Omdat het beschermd gebied is, mogen we niet dichterbij komen dan 300 meter, maar met een verrekijker zijn ze te zien.

Het is vandaag 1 September. Er is een wandeling bij BlomstrandHalvoja. Het regent echter, en het ziet er niet naar uit dat er veel te zien is. De kust lijkt te bestaan uit gesteente zonder enige begroeiing. Ik besluit daarom om op de boot de blijven. Zijn we nu echt zo snel verwend? De groep die wel gaat bevestigt dat er op zich weinig te zien was, maar ze hebben wel rendieren met een gewei gezien.

Ik wil jullie de foto's die ze gemaakt gebben niet onthouden:

Twee rendieren (Foto: Liz Stupavsky)
Rendier (Foto Val)

 

's middags doen we Kongsfjorden aan. Vanaf hier heeft Amundsen geprobeerd met een vliegtuigje naar de noordpool te vliegen. Tevens is hier het meest noordelijke postkantoor ter wereld. Het aantal mensen hier varieert van 40 in de winter tot 100 in de zomer. De meeste zijn wetenschappers die onderzoek doen naar het klimaat.

Als ik terugdenk aan de afgelopen tijd wordt me heel duidelijk dat naarmate we noordelijker komen de natuur ter plekke het moeilijker heeft, en er steeds minder mensen wonen. Tegen de avond komen we langs een aantal mooie fjorden. Helaas gooit een mist roet in het eten, en kunnen we er weinig van zien.

Meest noordelijk liggende gemeente

Rond 05:30 varen we langs een gebied waar soms walrussen te zien zijn. Als dat deze keer ook het geval is, zullen we worden gewaarschuwd via het omroepsysteem van het schip. Ik word pas wakker rond 07:30 dus helaas geen walvissen deze keer. 's Ochtends varen we door de langzaam optrekkende mist het fjord binnen. Het ijs is hier grotendeels verdwenen.

We krijgen een rondleiding door het schip, waarbij we uitleg krijgen over de brug, de machinekamer en de ruimte die wordt gebruikt bij oceanografisch onderzoek. Het schip de Vavilov wordt vooral gebruikt bij onderzoek naar oceaanstromingen, al dan niet samen met een zusterschip. Op mijn verzoek mag ik ook nog even een blik werpen in de radiokamer.

Phil (Een van de reisbegeleiders) bij de noodbesturing
6-cylinder dieselmotor van het schip (één van de twee)
De machine (besturings)kamer
Op de brug

's middags wordt er gewandeld bij Alkhornet. We landen op een soort strand, maar voor we verder kunnen moet er een vrij steile rotspartij overwonnen worden. Ook hier worden we in een aantal groepjes opgedeeld. De groep die wat hoger en verder klimt ziet een aantal rendieren met prachtige geweien. Zorg dus dat je conditie goed is want dit is al de tweede keer dat alleen de snelle groep de rendieren ziet. Vanavond varen we naar Longyearbyen, waar we vroeg in de ochtend zullen aanmeren.

Longyearbyen komt op mij over als een klein dorpje. Toch schijnen er meer dan 1500 mensen te wonen. Dat wordt eigenlijk ook wel duidelijk als ik het kleine winkelcentrum bezoek. Er zijn supermarkten en veel winkels die zijn gericht op de lokale bevolking, met bijvoorbeeld kleding. Omdat alles moet worden aangevoerd van elders zijn de prijzen wel hoger.

Spitsbergen is natuurlijk vooral bekend van de jacht op walvissen, een activiteit die door diverse landen werd uitgeoefend, maar vooral door de Nederlanders. Al met al hebben ze met zijn allen zo lang doorgejaagd dat de walvissen met uitsterven werd bedreigt. Dat er ook andere activiteiten waren zoals mijnbouw heb ik nooit geweten. Er zijn hier grote hoeveelheden kolen gedolven.

Longyearbyen

Er is een nationaal museum in Longyearbyen wat zeker de moeite waard is. Als er sneeuw ligt kun je met sneeuwscooters rijden. Een hondenslee is het hele jaar door mogelijk, al zijn bij afwezigheid van sneeuw de sleden vervangen door wielen. Een vrouw uit mijn groep is dit gaan doen en ze was er enthousiast over. De honden daar waren ook helemaal niet agressief, en ze konden gewoon worden aangehaald. Ik moet er wel bijvertellen dat ze voor haar dagelijkse kost honden uitlaat, dus ze weet hoe ze er mee moet omgaan.

Het is warm voor de tijd van het jaar. Het zou eigenlijk moeten vriezen, doch het is nog steeds boven nul. Jammer, want dan was die regen misschien ook overgegaan in sneeuw.

Als je nu denkt: Een typische Hollander die ook altijd wat te klagen moet hebben, moet je vooral nog even doorlezen over onze vlucht terug. De vlucht terug naar Oslo verloopt via een tussenstop in Tromsø. Hier wordt het vliegtuig bijgetankt, en daarvoor moeten we allemaal het vliegtuig verlaten, met bagage. Iedereen uit het vliegtuig moet door de douane, die met twee man zit te controleren. Dat laatste doen ze ook zeer zorgvuldig. Vrijwel iedereen wordt in de computer gecontroleerd, met als gevolg dat de wachttijden behoorlijk oplopen. In het begin doen we er niet moeilijk over. We hebben immers anderhalf uur de tijd, maar als de rij na een half uur slechts een klein eindje is opgeschoten beginnen we ons toch een beetje te ergeren en zorgen te maken. Als ik eindelijk door de douane ben, en mijn bagage van de band heb gehaald, zie ik dat de gate al “closing” is. Er staan nu nog steeds mensen voor de douane te wachten tot de Tromsø in mogen. Ik geef snel mijn bagage af, en ren richting de gate. Nu sta ik nogmaals in een lange rij voor de douane. Dit gaat nooit lukken zo. Gelukkig grijpt een van de reisbegeleiders van het schip (die ook mee terug vliegen) in, en spreekt iemand aan. In eens mag iedereen die uit het vliegtuig kwam de douane passeren, en gelijk door naar de handbagage controle. Nog enigszins geïrriteerd laad ik mijn handbagage en jas in de bakken, en doe mijn riem af (metalen gesp). De schoenen moeten ook nog uit. We worden inmiddels omgeroepen! Als ik eindelijk door het poortje ben grijp ik mijn spullen en ren met mijn schoenen in mijn hand naar het vliegtuig. Als iedereen er is heeft het vliegtuig zijn tijdslot gemist, en moeten we wachten tot we kunnen opstijgen.

Een uur later dan gepland landen we in Oslo. Vanaf hier gaat iedereen intercontinentaal verder, vandaag dan wel morgen. Vrijwel iedereen die vandaag door zou vliegen heeft zijn aansluitende vlucht gemist. Ik heb geluk en overnacht in Oslo. Het hotel wacht wel.