Java

Borobudur

 

De Borobudur is een boeddhistisch monument uit de negende eeuw. Het complex is piramidevormig met meer dan 2600 reliëfpanelen en 500 Boeddhabeelden. Toen de bouw na ca 75 jaar eindelijk voltooid was, werd het bedolven onder een dikke laag as van diverse vulkanische uitbarstingen. De tempel werd verlaten en raakte in vergetelheid totdat het in 1814 opnieuw werd ontdekt. Er volgde een moeizaam proces van het opruimen van de as en restaureren van de gedeeltelijk ingestorte tempel. Hierbij is de tempel helemaal afgebroken en op een nieuwe fundering opnieuw opgebouwd. De Borobudur staat nu op de UNESCO werelderfgoed lijst.

Het reliëf op de stenen vertelt het verhaal achter het boeddhisme. Bovenaan staan een aantal stupa's waar Boeddhabeelden onder staan. 's Ochtends vroeg is het nog redelijk rustig bij dit indrukwekkende monument, maar het wordt al snel drukker.
Stupa's

Boeddhabeeld in een stupa
Vlak bij ligt de mendut tempel uit dezelfde periode. Kleiner dan de Borobudur maar het bevat wel een groot Boeddhabeeld in goede staat. Bijzonder is dat Boeddha hier niet in de gebruikelijke lotushouding zit, maar gewoon met beide voeten op de grond. Alsof hij op een stoel zit.
Zittende Buddha

Batikkende vrouw
Batik is een manier om doeken te verven, waarbij de gedeelten die niet met verf moeten worden bedekt met was worden afgedekt, een zeer arbeidsintensief karwei. Als daarna de doeken worden ondergedompeld in een verfbad, nemen de niet bedekte delen verf op. Op deze wijze worden kleden kleur voor kleur opgebouwd De doeken zijn naar Indonesische begrippen erg duur.
Batikwerk

Voor ons westerlingen is 50 euro voor een doek van 80 bij 80 cm best te betalen. We krijgen uitgebreid te zien hoe de doeken gemaakt worden. De collectie in de bijbehorende winkel doet vermoeden dat elders nog een fabriekje staat.

Jogjakarta

We krijgen een rondleiding door het voormalige paleis van de sultan. Het is in 1755 gebouwd en voor onze begrippen niet bepaald een toonbeeld van luxe. Door de zeer uitgebreide uitleg over de verrichtingen van de sultan heb ik het gevoel dat we niet alles te zien krijgen, maar dat de rondleiding meer gaat over het leven van de sultan zelf.

Het waterpaleis dankt zijn naam aan het grote aantal zwembaden dat het bevat. Ooit waren het de privé zwembaden van de sultan. Nu zijn ze helaas allemaal leeg, deels omdat de bassins beschadigt raakten bij aardbevingen.

Deel van de vogelmarkt

Na afloop brengen we nog even een kort bezoek aan de vogeltjes markt, waar inderdaad vogels verkocht worden. Veel duiven voor vliegwedstrijden, maar ook sier- en zangvogels. Daarna per becak (fietstaxi) terug naar het hotel, maar niet zonder eerst nog even te hebben rondgewandeld in het centrum van Jogja, zoals men de stad zelf noemt. Het is inderdaad een grote stad met moderne warenhuizen vol luxe goederen. Om even een keer iets anders te eten dan Indonesisch ga ik (oh schaamte) eten bij de mcDonalds.

's Avonds bezoeken we een voorstelling van het klassieke Ramayaa ballet, begeleid door een gamelan orkest. De kostuums zijn prachtig, doch anderhalf uur dans is ons iets teveel van het goede. Hoe mooi de subtiele hand- en voetbewegingen dan ook mogen zijn, het gaat allemaal een beetje op elkaar lijken. Dat ik niet de enige ben die er zo over denkt blijkt wel uit het feit dat na een uur verscheidene bezoekers stilletjes de aftocht blazen.

Solo

Het paleis van de sultan in Solo kunnen we helaas niet bezoeken. Het is gesloten wegens voorbereidingen voor een trouwerij. We kunnen alleen de gouden koetsen bewonderen, sommige van Nederlandse makelarij. Overal zitten mensen kransen en andere vormen van bloemen te vlechten.

De Prambanan tempel
De Prambanan tempel is de grootste Hindoe tempel op centraal Java. Jammer genoeg kunnen we er alleen omheen lopen, want de tempel is zwaar beschadigd tijdens de laatste aardbeving in dit gebied, ongeveer twee jaar geleden. Er is gevaar dat de tempel in zou kunnen storten. Men is druk bezig de tempel te restaureren, en een van de tempels staat dan ook in de steigers. Overal op het terrein liggen nog stenen die eigenlijk ook tot het tempelcomplex behoren, maar na eerdere bevingen apart zijn gelegd om later weer toe te kunnen voegen.

De in 1473 gebouwde sukuhtempel bevat enige erotische afbeeldingen, al raken wij tegenwoordig niet meer onder de indruk van het reliëf van een manspersoon waarbij de penis duidelijk zichtbaar is. De tempel is destijds gebruikt voor allerlei vruchtbaarheidsrituelen. Vanaf de tempel kun je in 3 uur terugwandelen naar het hotel, maar je kunt ook gewoon met de bus meegaan die er toch heen moet. Het begint hier inmiddels duidelijk weer meer bergachtig te worden.

Op weg naar Malang bezoeken we een fabriek waar rietsuiker wordt gewonnen. We zien hoe de rietsuikerstengels worden vermalen, met heet water besprekend en nog veel meer. Het proces is mij niet helemaal duidelijk geworden, mede omdat het er zo lawaaiig en stoffig is dat ik niet alles heb kunnen horen, dan wel er voor koos op een afstandje te blijven. Uiteindelijk wordt de ruwe suiker gefiltreerd, gewassen en gebleekt, en blijft er kant en klare suiker over.

De Bromo vulkaan

Achter in de truck

Op weg naar de bromo rijden we door de prachtige theevelden van Wonosari, waar we dadelijk een wandeling gaan maken. De bus kan het laatste stuk niet rijden, en dus worden we overgeladen in een vrachtwagen. Al staande in de gedeeltelijk open laadruimte hobbelen we over de lokale paden. De wandeling is erg mooi, al is het pad wel bezaaid het stenen.

Theeplukster

In de velden zijn theeplukkers bezig de thee te oogsten. De bovenste twee blaadjes leveren top kwaliteit, en een paar blaadjes direct daar onder leveren een mindere kwaliteit thee. Boven de velden zweven hele kolonies zwaluwen.

We overnachten in "Lava view lodge". Lava view is dan op dit moment lichtelijk overdreven, we kijken wel uit over een dal met daarin een aantal vulkanen, waaronder de altijd rokende Bromo.

De bromo (rokend) en de Batok

De volgende ochtend stappen we om 04:00 in de jeeps. Het is ongeveer 5 graden buiten dus een jas of een goede fleecejack is geen overbodige luxe. De mutsen en handschoenen die men staat te verkopen lijken me een beetje overdreven.

De jeeps rijden ons in het donker naar Mt. Penanjukan op 2770 meter hoogte. Sommigen hadden nog de hoop dat we vrijwel de enigen op het uitzichtpunt zouden zijn, maar het aantal jeeps dat vanaf de diverse hotels komt groeit zo snel dat die hoop snel de grond in wordt getrapt. Vanaf dit uitzichtpunt kunnen we de zon zien opkomen.

Dat is een indrukwekkend gezicht. In de dalen rondom de vulkanen is de ochtendmist nog niet opgetrokken. In het zuiden hebben we zicht op de Semeru vulkaan die om de 20 minuten een grote rookpluim uitspuwt. De Semeru is nog altijd actief, soms met pyroclastische lavastromen. De zon komt snel op zo dicht bij de evenaar. Je kunt hem letterlijk boven de horizon zien opstijgen.

Als de zon eenmaal op is rijden we met de jeeps de krater van de eeuwenoude Tengger vulkaan binnen. In deze gigantische krater ligt de Bromo vulkaan die we gaan bezoeken. Het laatste stukje gaan we met een klein paardje. Dit scheelt in ieder geval een klim naar de voet van de vulkaan. Als je liever loopt is dat ook mogelijk.

Het is even wennen als je nog nooit op een paard heeft gezeten, maar stapvoets is het goed te doen, Het paard luistert goed naar kleine trekbewegingen aan de teugel. Het grootste gedeelte laat ik het paard gewoon zelf de weg zoeken. Het kent de weg waarschijnlijk beter dan ik.

De stenen trap van bijna 300 treden zullen we zelf moeten doen. De treden gaan steil omhoog, maar er is een leuning en je kunt regelmatig even rusten. Eenmaal boven kun je in de Bromo vulkaan kijken. De vulkaan is nog niet uitgedoofd en er stijgen constant zwavelhoudende dampen op.

De wind waait gelukkig de goede kant op, want zwaveldioxide ruikt naar rotte eieren. Bovenop staan verkopers kleine boeketjes te verkopen, die je in de vulkaan kunt gooien om hem gunstig te stemmen. Maar ook zonder bloemen blijkt hij gelukkig niet onmiddellijk uit te barsten. Na alles bewonderd te hebben gaan we terug naar ons hotel voor ontbijt.

De rest van de dag is nodig om Kalibaru te bereiken. De afstanden hier zijn groot, maar ook het verkeer zelf stroomt niet altijd even goed door. Overbeladen vrachtwagens die bergopwaarts hooguit 30 km/u halen, lichte motoren soms bepakt en bezakt, alles moet ingehaald worden op een moment dat er op een drukke tweebaansweg even geen tegenliggers zijn.

We hebben een paar van die lange reisdagen gehad, en eerlijk gezegd begin ik ze een beetje zat te worden. Er is buiten genoeg te zien, maar constant op busstoelen te moeten zitten wordt vervelend. Bovendien wordt ook een berglandschap met rijstvelden en palmbomen op de duur gewoontjes.

Morgen vertrekken we richting Bali

De zondag in Kalibaru was eindelijk een rustige dag. Lekker uitslapen en daarna rustig ontbijten. Het klinkt misschien vreemd, maar we waren hier echt aan toe. 's Middags een tochtje door een kampung (lokaal dorpje), gevolgd door een ritje met een locale dieseltrein.

Een van onze groep werkt bij de spoorwegen, en had al even met de mensen daar gepraat. Gevolg was dat we met een klein groepje mochten meerijden op de locomotief, in plaats van plaats te moeten nemen in de wagons. Dat is natuurlijk een unieke en bijzonder mooie ervaring. Een tweetal stations verder stappen we uit om met paard en wagen terug te gaan naar ons hotel.