Costa Rica

De Caribische kust

We rijden naar het havenplaatsje Caño Blanco aan de Caribische kust. Met een boot varen we in zo'n twee uur door dichtbegroeide riviertjes en kanalen het oerwoud in. Het einddoel is het nationale park Torguguero. De rivier is bochtig en ligt vol met boomstammen, dus er wordt maar langzaam gevaren. Daardoor hebben we wel volop de gelegenheid om om ons heen te kijken.

We zien diverse watervogels, leguanen en zelfs een krokodil. Tijd om te stoppen hebben we helaas niet, want de boot wordt betaald om ons te transporteren. Geen nood, want morgen gaan we een sightseeing doen. Eenmaal aangekomen gaan we nog even per boot naar het nabijgelegen dorp om water te kopen en een biertje te drinken in het buddha café.

Huizen langs de rivier
Huizen langs de rivier

De volgende ochtend maken we om 06:00 een tocht met kleine bootjes door de smalle kanaaltjes van Tortuguero. Deze keer is het wel de bedoeling om zoveel mogelijk dieren te spotten. We zien aapjes, een aantal reigersoorten, leguanen en een arend. Vaak zitten ze half verscholen tussen de bomen, of hebben ze een schutkleur, zoals de leguaan. De bestuurders van de bootjes zien de dieren vaak veel eerder dan wij, maar niet altijd. Het park staat bekend om zijn schildpadden, maar het voorjaar is helaas niet het goede jaargetijde om ze te zien. Daarvoor moet je na de regentijd komen. Ook komen hier kleine felgekleurde kikkertjes voor, maar die zijn of klein (1 a 2 cm), of het zijn nachtdieren. Wij hebben ze in ieder geval niet gezien.

Wel zien we veel tropische vogels, die zich soms zitten te warmen in de zon. Halverwege komen we in een regenbuitje terecht. Geen echte tropische bui, maar meer een Hollands buitje. Gelukkig hebben we allemaal poncho's meegekregen.

Slangehalsvogel
Slangehalsvogel
Heron
Heron
Kapucijneraapje
Kapucijneraapje

's Middags gaan we wandelen in het woud. Wegens de regen die tussen de middag is gevallen krijgen we allemaal laarzen en een poncho mee. Het laatste is overbodig, want het blijft droog, op een paar druppels na. We trekken onze poncho's uit want die is extra warm in de toch al klamme lucht. In de eerste instantie zien we weinig wild, maar als ik achterblijf en alleen langzaam verder loop hoor ik geritsel in de bomen. Als ik stil blijf staan zie ik twee slingerapen die zich via de takken voortbewegen. Eén klimt naar beneden om wat lager hangende vruchten te plukken. Later komen er nog meer, ze springen soms van boom naar boom. Ze zijn goed te volgen, maar moeilijk te fotograferen.

Als de eersten van de groep terugkomen loop ik mee terug naar het dorp om wat te eten. De spanning is uitgevallen, dus het menu is wat beperkt. Een salade is echter altijd te maken. Uiteindelijk gaan we terug naar de lodge met een watertaxi.

Grote Kiskadie
Grote Kiskadie

Onderweg naar Fortuna stopt de bus bij een plek waar jaren geleden twee grote leguanen zijn uitgezet door een restauranthouder. Nu zitten er tientallen, en ze zijn hier erg goed te zien. De meeste liggen wat te luieren in een van de bomen.

Een aantal mensen uit onze groep zijn ziek geworden. Eerst dachten we aan het eten, maar toen we stopten omdat iemand het gevoel had te moeten overgeven, stopte er ook een Tico (inwoner van Costa Rica), die vertelde dat hij precies hetzelfde heeft gehad. Het lijkt op een virus o.i.d.

Ik verbaas me nog steeds over het land. Overal groeien palmen langs de weg, soms met kokosnoten. Je ziet de mooiste vogels gewoon op elektriciteitsdraden.

Leguaan
Leguaan

De Arenal vulkaan is momenteel niet actief, dus een excursie daarheen is eigenlijk niet zo interessant. In plaats daarvan brengen we een bezoek aan het natuurgebied Caño Negro, een mangrove gebied waar onder andere kaaimannen, waterschildpadden, leguanen, apen en diverse vogelsoorten voorkomen. We zitten met 18 man op een boot waar zeker het dubbele aantal op past, dus we kunnen vrijelijk bewegen. Bovendien mogen we op het voordek. De tocht is zeker de moeite waard. Op een gegeven moment worden zelfs de meest exotische vogels gewoon. Als een groep aan land gaat om de brulapen te zoeken die we horen, zien ze ook een miereneter, in een boom nog wel.

 

Het is goed te merken dat met deze lodge midden in het woud zitten. 's Avonds beginnen de diverse krekelsoorten hun bijna oorverdovend lawaai. Later op de avond komen hier ook nog kikkers bij.

Een gedeelte van de groep daalt de volgende ochtend af naar de voet van een waterval. Daar kun je zwemmen in warm water. Het is een afdaling van 475 treden. Dat is teveel voor degene die door een virusje getroffen zijn. Ook ik blijf bij op het terrein van de lodge om vogels te fotograferen. Af en toe hoor ik ook (grote) kikkers, maar als ik dichterbij kom worden ze weer stil, en dan kan ik ze niet vinden. Een kolibrie hangt stil op een meter afstand. Volgens mij wil hij naar nabijgelegen bloemen maar durft hij niet. Na een paar maal heen en weer vliegen geeft hij het op.

De weg naar Ricón de Vieja is in het begin erg bergachtig. Later verandert het in een droog steppenlandschap. Er valt weinig regen hier, dus alles is zeer droog. Ricón de Vieja is het warmste gedeelte van onze reis. Het is wel een droge warmte. De lodges zijn weer luxe. We hebben de beschikking over een zwembad, maar sommige onder ons gaan liever op zoek naar bijzondere vogels, want elke streek heeft weer andere vogels.

Witte reiger
Witte reiger
Uitzicht op meer bij Ricón de la Vieja
Uitzicht op meer bij Ricón de la Vieja
Zwarte ibis
Zwarte ibis
Lodge in Ricón de la Vieja

Als je het bruggetje achter net restaurant oversteekt waan je je op een Afrikaanse steppe. Droge grond met dor gras en hier en daar een boom. De hangbrug er heen geeft een spectaculair uitzicht op de rivier.

Bij Ricón de la Vieja gaan we een wandeling maken, deels door het bos, en deels over een open vlakte. In het eerste deel van het bos struikel je bijna over de wortels en de stenen. Er zijn diverse zijpaden die leiden naar heetwaterbronnen. Dit is bijna vulkanische grond. Er staan waarschuwingsborden om het dal ter plekke niet te betreden omdat de temperatuur op kan lopen tot 75 a 100 graden Celsius. Als ik een foto van het bord wil maken, komt er een korte hete wind op mij af, alsof hij uit een föhn komt. De omgeving zelf is al boven de 30 graden, en toch voelt dit nog warmer aan.

Gevaarlijk warm
Gevaarlijk warm!
Vulkanisch meertje
Vulkanisch meertje
Kokend hete blubber
Kokend hete blubber

We brengen ook nog een bezoek aan een dieren-opvangcentrum. Naast apen en papagaaien, heeft men hier enkele katachtigen, zoals een poema, jaguars en een ocelot. Al deze dieren komen in het wild voor op Costa Rica, maar deze zijn afkomstig van rijke mensen, die ze als jong dier in huis nemen, zonder te beseffen wat ze binnenhalen. Het blijven namelijk wilde dieren, die niet te temmen zijn, en bovendien overal waar ze kunnen komen hun geurvlaggen achterlaten (en nee, ik bedoel geen kopjes).

Toekan in het opvangcentrum
Toekan in het opvangcentrum
Poema in het opvangcentrum
Poema in het opvangcentrum

Lees verder bij Monteverde